


| Toenemend beroep op WGA vraagt om verscherping uitvoering en verzekeringsstelsel (14-06-2012) |
|
Het beroep op uitkeringen wegens (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid loopt in zorgwekkend tempo op. Inmiddels ontvangen 110.000 werknemers een WGA-uitkering. Daarvan is meer dan de helft volledig arbeidsongeschikt. Er is een stijgende lijn te zien. Dit geeft verzekeraars steeds hogere lasten. De structurele oplossing vraagt om betere samenwerking en communicatie tussen verzekeraars en het UWV, scherpere afspraken met klanten over snelle re-integratie en reparatie van onevenwichtigheden in het hybride stelsel. In het WGA-stelsel kunnen werkgevers kiezen of ze de uitvoering van de WGA bij het UWV laten, of zelf dit risico dragen. De keuze betreft de eerste tien jaar van de WGA-uitkering. Werkgevers kunnen ervoor kiezen het eigen risico privaat te verzekeren. Als de werkgever de WGA-eigenrisicodragersverzekering combineert met de verzuimverzekering, worden verzuim en arbeidsongeschiktheid snel gesignaleerd en integraal aangepakt met preventie- en re-integratie-activiteiten. "Het WGA-stelsel prikkelt alle betrokkenen tot maximale inspanningen op het gebied van preventie en re-integratie’’, aldus directeur Harold Herbert van het Verbond. “De hybride uitvoering zorgt echter ook voor grote onderlinge afhankelijkheden tussen de betrokkenen, en dat element behoeft dringend verbetering om de negatieve trend – een steeds hogere instroom in de WGA – te keren. Daarmee is een groot maatschappelijk belang gediend.” De laatste jaren neemt het beroep op de WGA-uitkering meer toe dan verwacht. Dat komt onder meer doordat er meer oudere werknemers zijn en eerder afgewezen aanvragen alsnog worden toegekend. Bovendien zijn veel meer mensen dan verwacht 80 tot 100 procent arbeidsongeschikt, waarbij het UWV de arbeidsongeschiktheid als niet duurzaam heeft beoordeeld. Daardoor valt hun uitkering onder de WGA en niet onder de IVA, de regeling voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten. De stijgende lijn zet door. Goede informatie Ook later in de uitkeringsperiode is een juiste en tijdige herbeoordeling van de mate waarin de WGA-gerechtigde nog kan werken, nodig voor de (aangepaste) invulling van het werkhervattingsproces. Op dit moment vinden dergelijke herbeoordelingen niet plaats. Dit geldt in het bijzonder voor de groep WGA-gerechtigden die 80 tot 100 procent arbeidsongeschikt is. Deze groep is onverwacht groot geworden en hoewel hun arbeidsongeschiktheid niet als duurzaam is beoordeeld, ontvangen deze mensen vaak jarenlang een WGA-uitkering. Het ligt in de rede dat herbeoordeling van deze uitkeringen laat zien dat een aanzienlijk deel van deze groep langdurig en volledig arbeidsongeschikt is. Deze mensen hebben dan recht op een IVA-uitkering (die hoger is), of zijn na verloop van tijd in meer of mindere mate hersteld. Samenwerking De toenemende instroom in de WGA legt echter ook de zwaktes van het hybride stelsel bloot. Dit stelsel beoogt concurrentie tussen private verzekeraars en het UWV. Private verzekeraars werken op basis van kapitaaldekking. Dat betekent dat zij bij aanvang van de verzekering direct geld opzijleggen voor de totale duur van de verwachte uitkeringen. Het UWV werkt echter op basis van omslagdekking. De reeds verstrekte uitkeringen slaat het UWV jaarlijks om over alle publiek verzekerde werkgevers. Onevenwichtigheden Deze onevenwichtigheden in het hybride stelsel prikkelen de werkgever om te kijken naar waar hij op korte termijn de laagste premie betaalt, en leiden af van het streven een partner te zoeken waarmee hij een optimaal verzuim- en re-integratiebeleid kan voeren. Dit kan worden opgelost als het UWV zijn premies, net als in de private markt het geval is, ook baseert op het actuele verzuim- en arbeidsongeschiktheidsprofiel van werkgevers. Dat betekent dat het UWV in de premies voor de werkgevers die vanuit eigenrisicodragerschap teruggaan naar het UWV, rekening houdt met de lopende uitkeringslasten die de werkgever of de verzekeraar moet blijven betalen. Deze werkgevers komen dan minder vaak dan nu in aanmerking voor minimumpremies. Met deze aanpak voelen alle werkgevers, ook de bij het UWV verzekerde werkgevers (inclusief de teruggekeerde eigenrisicodragers), een financiële prikkel om te (blijven) focussen op preventie en re-integratie.
|